Taxiarchis

De kerk is toegewijd aan de engelen van Taxiarches: Michael en Gabriel. De dorpelingen noemen het gewoonlijk “De Grote Taxiarchis” om het te kunnen onderscheiden van de andere kerk Taxiarchis die ouder en kleiner is.  Deze wordt “De Oude Taxiarchis” genoemd.

De nieuwe kerk van Taxiarchis is gelegen in het gebied waar de centrale cirkeltoren van het kasteel stond.  Na de Genuaanse overheersing werd de toren verlaten.  Tijdens de Turkse bezetting leefden er enkele nachtvogels, raven en verschillende soorten slangen in de toren.  De toren werd gezien als iets slechts aangezien de dorpelingen deze creaturen vergeleken met het kwade.  Daarom besloten ze om de toren om te gooien en er een kerk te bouwen.

Het afbreken van de toren duurde 2 jaar (het begon in 1858).  De constructie van de kerk begon direct na de afbraak en de kerk was af in 1868.  Het totale werk duurde dus 10 jaar.  

De kerk van Taxiarchis is de grootste in Chios en één van de grootste in heel Griekenland.  Het is een monumentaal werk en werd aanbeden door de mensen die deelnamen in de constructie.  Dat is waarom het de dorpelingen zo inspireerde voor vele verhalen.  Sommige van deze verhalen zijn afgeleid van de realiteit en andere niet.  Maar er is ook een tragisch verhaal over een ongelukkige werker die door de stenen van de toren bedolven werd tijdens de afbraak.  Dit incident veroorzaakte heel wat zorgen en problemen voor de dorpelingen aangezien ze volgens een lokaal gebruik niet konden verderwerken wanneer de funderingen van een kerk bevlekt waren met menselijk bloed.  Dorpelingen van alle leeftijden waren volgens de getuigenissen dag en nacht aan het graven om de bedolven werker uit te graven.  Uiteindelijk vonden ze hem levend en ze kenden een groot gevoel van blijdschap en geluk, om vervolgens verder te werken aan de constructie van de kerk.

 

De kerk heeft een dubbele trap aan de buitenkant leidend naar de klokkentoren. De grote klokkentoren is vrij recent.  Zowel de trappen als de klokkentoren zijn gemaakt van steen afkomstig uit Thymiana, waar de dorpelingen een speciaal soort steen produceren.  De trappen werden vervangen door nieuwe die gemaakt zijn uit lokale steen, toen er tekenen van slijtage ontstonden.  Er waren opvallende patronen in zwarte en witte keien aangebracht in de kerktuin.  Geplaveide tuinen zijn een zeer typisch fenomeeen in de Chiotische architectuur.  De trappen leiden naar een plaats uitsluitend voor vrouwen.  Een overblijfsel van de toren kan opgemerkt worden in de narthex: het is de opslagplaats voor water, die in Mesta fountana genoemd wordt.

Er zijn drie bogen binnenin de kerk.  De pilaren die deze bogen ondersteunen zijn monolithisch maar spijtig genoeg ook bedekt onder wat lijm en verf bij recente reparatiewerken.  Elk van de drie bogen is toegewijd aan een persoon: de centrale boog is toegewezen aan Taxiarchis terwijl de noordelijke is toegewezen aan St. Charalambos, de zuidelijke aan Apostles. In het begin bestond het icoon-scherm van de kerk uit hout.  Het huidige is gemaakt uit steen en werd geconstrueerd in 1895.

De huidige iconen alsook kledingstukken en heilige boeken zijn gedoneerd door enkele dorpelingen die naar Athene, Thessaloniki, Amerika en Australië uitgeweken zijn. Andere voorwerpen werden door dorpelingen uit Rusland meegenomen in het begin van de eeuw, of opgestuurd vanuit Egypte door de Mesta gemeenschap daar.

Men gebruikte cement voor de constructie van het altaar en een massieve monoliet voor het bovenste gedeelte.  Volgens enkele geschreven bronnen moesten vele mensen een nacht lang helpen om een steen van Limenas naar het dorp te brengen.  Het is de moeite waard om te vermelden hoe men een grote kerk in uitstekende staat kon bouwen in een dorp met zo weinig inwoners: de dorpelingen en de vreemdelingen boden namelijk wat geld.  Daarnaast geven de dorpelingen een bepaald geldbedrag aan de kerk, een traditionele bijdrage die “Katathesimo” wordt genoemd.

In het begin bracht een kinderloze inwoner geldoffers aan de kerk.  Dit gebaar werd vervolgd door zijn nabestaanden na zijn dood.  Langzamerhand begonnen andere mensen geld te doneren aan de kerk, vooral diegenen die geen land bezaten of er niet voor kozen om een veld te geven.  De katathesimo maakte het hen mogelijk om bij te dragen.  Tegenwoordig is het moeilijk om een inwoner te vinden die de Taxiarchis geen stuk land, geld of vrijwilligerswerk heeft aangeboden.